De Wudang stijl van Cheng Tinhung (1930-2005)

De geschiedenis van Cheng Tinhungs (Zheng Tianxiong 鄭天熊) methode begint bij Yang Luchan (1799-1872)  in de tweede helft van de 19de eeuw.  Dit was de bloeiperiode van taijiquan als complete en unieke martiale kunst.  Hij had de bijnaam “Yang, de Onoverwinnelijke” en gaf o.a. les aan de Keizerlijke Lijfwacht en aan leden van de Manchu Keizerlijke Familie.

Vandaag wordt taijiquan vooral beoefend als een soort gezondheidsgymnastiek.  Iedereen kent wel het beeld van de honderden Chinezen die elke ochtend op pleinen en in parken heel langzaam en geconcentreerd hun taijiquan bewegingen uitvoeren.  Verantwoordelijk voor deze trend is de kleinzoon van Yang Luchan : Yang Chengfu (1883-1936).  De precieze oorzaak van zijn vroegtijdige dood is intussen achterhaald en het is een publiek geheim dat de zwaarlijvige Yang Chengfu er een hedonistische levenstijl op nahield.  Het promoten van taijiquan als “gezondheidskunst” was in zijn geval dan ook eerder een commerciële tactiek dan een levenswijze.  Sommige van zijn leerlingen zoals Chen Weiming (1881-1958) en Zheng Manqing (1900-1975) speelden ook in op die trend.  De definitieve degradatie van taijiquan als vechtkunst naar een simpele gymnastiekvorm werd ingezet door de Chinese overheid toen die in 1956 de zogenaamde “Beijing of 24-vorm” ontwikkelde en het in heel China ging propageren.  Dit soort “taijiquan” wordt nu officieel “taijicao” genoemd en heeft in wezen dus niet veel meer te maken met het traditionele taijiquan.  “Cao” betekent gymnastiek .

Yang Chengfu’s oudere broer Yang Shaohou (1862-1930), die voornamelijk had getraind onder zijn oom Yang Banhou (1837-1892), behield echter wél de nodige strijdlust in zijn methode van Yang stijl taijiquan maar deze stijl werd nooit zo populair als die van zijn broer.  Het grote publiek was immers gewonnen voor de gezondheidsaspecten van taijiquan en de 19de-eeuwse martiale glorie dreigde stilaan verloren te gaan.

Eén van de beste leerlingen van Yang Luchan en diens zoon Yang Banhou was de Manchu lijfwacht Quan You (1834-1902) die later de Chinese naam Wu aannam, Wu Quan You dus.  Quan You gaf op zijn beurt zijn kennis door aan zijn zoon Wu Jianquan (1870-1942) die in tegenstelling tot zijn tijdsgenoot Yang Chengfu een zeer begaafd vechter was.

In 1937 vluchtte Wu Jianquan van Shanghai naar Hongkong.  Eén van de beste leerlingen van Wu Jianquan daar was een zekere Cheng Wingkwong, een zakenman die omwille van zijn stresserende job initieel vooral geïnteresseerd was in het gezondheidsaspect van taijiquan.  Hij was zich zeer bewust van het ongelooflijke talent van zijn leraar en werd Wu’s voornaamste discipel in Hongkong.  Wu Jianquan stierf in 1942.

Cheng Wingkwong gaf later aanvankelijk zelf les aan zijn eigen zonen en aan hun neef, Cheng Tinhung, maar wou de jongens echter ook de kans geven om taijiquan als vechtkunst aan te leren.  Net na de Tweede Wereldoorlog nodigde hij dan ook ene Qi Minxuan, een taijiquan meester afkomstig uit Noord-China, uit om in Hong Kong les te geven aan zijn zonen en aan Cheng Tinhung.

Qi Minxuan was vrij brutaal als lesgever en zijn trainingen waren enorm zwaar.  Cheng Tinhungs neefjes haakten al vlug af en enkel hijzelf bleek vastberaden genoeg om zijn taijiquan training verder te zetten.  Gedurende drie jaar volgde hij meester Qi overal en leerde alles wat hij maar leren kon, waarna meester Qi naar China terugkeerde.

Op slechts 19-jarige leeftijd begon Cheng Tinhung professioneel les te geven in concurrentie met de oudere meesters van de Wu en Yang families die toen ook in Hongkong woonden onder wie Yang Sauchung, Dong Yingjie, Wu Gongyi en zijn oom Cheng Wingkwong.  Hij noemde zijn stijl Wudang taijiquan naar het gelijknamige gebergte in de provincie Hubei, waar de taoïstische kluizenaar Zhang Sanfeng volgens de – intussen achterhaalde – legende de basis heeft gelegd van taijiquan.  Hoewel Cheng Tinhungs methode heel dicht aanleunt bij Wu Jianquans stijl wou hij elke mogelijke link met de Wu familie vermijden, want net zoals bij de Yang stijl verwaterde ook de Wu stijl na de dood van Wu Jianquan.  Oude foto’s waarop Wu Jianquan en diens zoon Wu Gongyi de traditionele houdingen demonstreren bewijzen een hemelsbreed verschil in dynamiek tussen vader en zoon. In 1954 vocht de zoon een beroemde, maar bijzonder slechte en uiteindelijk onbesliste, wedstrijd met baihequan (witte kraanvogelstijl) meester Chan Hakfu in Macao.  Dit gevecht was niet bepaald representatief voor taijiquan en Cheng Tinhung distantieerde zich van de Wu familie.

Cheng Tinhung kende succes om twee redenen : zijn superieure techniek en doorgronde kennis van de taijiquan theorie, alsook zijn uitvoerige kennis van én de bereidheid om het gevechtsaspect van taijiquan te onderrichten.  Bovendien was hij als één van de weinige leraars meester in alle facetten van taijiquan.

Een andere factor die leidde naar Cheng Tinhungs succes als taijiquan leraar was het feit dat hij in zijn jonge jaren veel en graag vocht.  Hij was dan ook niet bang om op de uitdagingen van rivaliserende stijlen in te gaan.  In Hongkong was het namelijk zo dat beoefenaars van verschillende vechtkunsten zich vaak met elkaar gingen meten in afgelegen steegjes, op daken van flatgebouwen, enz…

Het was o.a. door dergelijke meetings dat de efficiëntie van Chengs taijiquan methode bij een breder publiek bekend raakte en dat Cheng Tinhung stilaan werd aanschouwd als één van de belangrijkste taijiquan meesters in Hongkong.

In 1957 vertegenwoordigde hij Hongkong in een internationaal full contact tornooi in Taipei, waar hij de drievoudige middengewichts- kampioen van Taiwan versloeg.  Sindsdien hebben veel van zijn leerlingen – waaronder Geert Van Loo’s leraar Dan Docherty – met succes deelgenomen aan lokale en internationale full contact competities doorheen Zuidoost-Azië en de voorbije jaren bewijzen ook de jongere generaties opnieuw de efficiëntie van Chengs taijiquan methode in internationale stijl, tui shou en full contact competities.  Hoewel competitie soms een uitlaatklep kan zijn ligt de essentie van taijiquan in de training zelf.  De resultaten die men door intensieve training kan bekomen op gezondheidsvlak en op het vlak van martiale kunde  zijn immers belangrijker dan medailles.

Geert Van Loo is een specialist in deze taijiquan traditie en deelt zijn kennis met iedereen die oprechte interesse heeft in de Wudang stijl van Cheng Tinhung.

Geef een antwoord